BASEJUMPING.NL

BASEJUMPING

40° 42' 41" NB 74° 0' 48" WL







World Trade Center vanaf de grond










World Trade Center










Zicht op de Twin Towers vanaf het Empire State Building










Tribute of Light





Het WTC of World Trade Center in New York was een complex van zeven gebouwen ontwikkeld door de Port Authority of New York and New Jersey. De meeste gebouwen waren ontworpen door de Japanse Amerikaan Minoru Yamasaki.
Het complex was 6,5 hectare groot en lag in het financiële hart van New York. Het complex had een totale kantoorruimte van 1,24 miljoen m², dit was ongeveer vier procent van Manhattans totale kantoorruimte. De twee bekendste gebouwen waren de 'North Tower' en de 'South Tower'. Samen droegen zij de bijnaam 'Twin Towers' (Nederlands: 'tweelingtorens'). De North en South Tower telden elk 110 verdiepingen en hadden een hoogte van 417 meter respectievelijk 415 meter. De officiële naam van de North Tower was '1 World Trade Center' (1 WTC) en van de South Tower '2 World Trade Center' (2 WTC). Er bevond zich ook een 'Vista Hotel' op het complex (3 WTC), later werd dit een Marriott-hotel. Het World Trade Center huisvestte ook de Amerikaanse douane (U.S. Customs House in 6 WTC). In 1984 begon de bouw aan het zevende gebouw, 7 World Trade Center. Dit gebouw telde 47 verdiepingen.
Op 26 februari 1993 overleefde het World Trade Center een bomaanslag. Het complex kon na een paar weken weer open.
In juli 2001 werd het gehele complex geleased aan Larry Silverstein.
Op 11 september 2001 werden door een terreuraanslag de North Tower, South Tower, 3 WTC en 7 WTC vernietigd. De overige gebouwen werden zwaar beschadigd en waren bijgevolg niet meer te repareren. Ze werden later gesloopt.
Na de aanslagen is een plan opgesteld om het oude WTC te vervangen. De plannen leidden tot veel discussie over de toekomst van het complex. Verschillende architecten maakten ontwerpen. Uiteindelijk is het ontwerp voor de Freedom Tower van Daniel Libeskind uitgekozen. Op het plein tussen de voormalige Twin Torens zal nu een monument voor de slachtoffers worden gebouwd.




Inhoud


1 Ontstaan
2 Bouw
3 Twin Towers

3.1 Constructie
3.2 Liftsysteem
3.3 Radio en televisie
3.4 Top of the World
3.5 Windows on the World


4 Ingenieurs en aannemers
5 Projectcultuur

5.1 Kritiek
5.2 Waaghalzen en media-aandacht
5.3 Geen huurders
5.4 13 februari 1975
5.5 Bomaanslag
5.6 Lease
5.7 11 september 2001


6 WTC's in andere landen
7 Freedom Tower
8 Externe links

8.1 Webcams







//


Ontstaan
Direct na de Tweede Wereldoorlog, toen de economie een enorme groei doormaakte, verwachtte men een grote toename in de wereldhandel. De havenstad New York wilde hiervan profiteren. Daarom kwamen wetgevers in New York met het idee om een internationaal of wereldhandelscentrum te bouwen. Men dacht dat New York beter zou kunnen concurreren met andere havens als alle handelsbedrijven onder één dak zaten. In 1946 werd de World Trade Corporation opgericht. Deze organisatie moest de mogelijkheden van een wereldhandelscentrum onderzoeken. Ze stelden voor om 21 gebouwen te bouwen met een totale ruimte van 465.000 m². Dit betrof echter geen kantoorruimte maar ruimte voor handelsbedrijven om hun goederen ten toon te kunnen stellen. Echter een marktonderzoek wees uit dat het project niet rendabel zou kunnen zijn en concludeerde dat het moderniseren en het uitbreiden van de haven zelf beter zou zijn. Het idee van een wereldhandelscentrum werd geschrapt.
Het idee van een wereldhandelscentrum kwam ruim tien jaar later weer boven water. Lower Manhattan verkeerde in grote problemen. Door de verpaupering verhuisden veel bedrijven naar Midtown Manhattan. David Rockefeller, directeur van de Chase Manhattan Bank geloofde echter in Lower Manhattan. In 1956 richtte hij de Downtown-Lower Manhattan Development Association (DLMA) op. Deze organisatie moest proberen de leegloop te laten stoppen. Hij probeerde Lower Manhattan nieuw leven in te blazen door een nieuw hoofdkantoor (One Chase Manhattan Plaza) voor zijn bank in Lower Manhattan te bouwen. Dit maakte echter weinig verschil. Het gebied had namelijk nog te veel tekortkomingen. Door het gebrek aan woningen, winkels en vermaak was Lower Manhattan nog steeds onaantrekkelijk.
David Rockefeller pakte het nog grootser aan. De DLMA vroeg Skidmore, Owings & Merrill een breder plan op te stellen voor Lower Manhattan. Dit architectenbureau blies het idee voor een wereldhandelscentrum of 'World Trade Center' nieuw leven in en stelde voor om het aan de East River te bouwen. David Rockefeller vond het een mooi idee, hij hoopte dat het World Trade Center hetzelfde zou doen voor Lower Manhattan als het Rockefeller Center deed voor Midtown Manhattan. Rockefeller Center was gebouwd door John D. Rockefeller Jr., de vader van David. In 1958 presenteerde David zijn plan aan het publiek als 'the billion dollar plan' (Nederlands: 'het één-miljard-dollar-plan').




Nelson Rockefeller, toenmalig gouverneur van New York


David en zijn DLMA hadden echter niet de benodigde politieke macht en financiële middelen om het World Trade Center te kunnen realiseren. David kreeg steun van zijn broer Nelson Rockefeller, de gouverneur van New York. Nelson had veel politieke macht, en kon zo de benodigde politieke steun geven. Later zei men dat ze de Twin Towers David en Nelson zouden moeten noemen omdat zij het World Trade Center mogelijk maakten.
David had echter nog meer steun nodig. David zocht een partner die voldoende financiële middelen en technische vaardigheden had om een dergelijk groot project te kunnen realiseren. Ook zou meer politieke macht welkom zijn.
David klopte aan bij de Port Authority of New York (nu: Port Authority of New York and New Jersey). Deze semi-overheidsinstelling, opgericht op 30 april 1921 kwam voort uit een samenwerkingsverband tussen de staten van New York en New Jersey. Deze instelling beheerde alle terminals en transportvoorzieningen in een straal van 40 km rond het Vrijheidsbeeld, om zo de haven van deze regio veilig te stellen. Preciezer gezegd, de Port Authority had als doel om problemen en knelpunten in het vervoer van mensen en goederen tussen New York en New Jersey op te lossen door het bouwen en exploiteren van spoorwegen, veerboten, bruggen, tunnels en andere faciliteiten die de handel stimuleerden. Doordat de Port Authority deels een overheidsinstelling was had deze instelling bepaalde voorrechten, zo kon deze het World Trade Center financieren door obligaties uit te geven. De Port Authority had ook de mogelijkheid om grond te onteigenen en het had de kennis en het personeel om een dergelijk project succesvol te kunnen voltooien. De Port Authority leek zowel de perfecte als de enige kandidaat te zijn, een normale overheidsinstelling of bedrijf had namelijk niet de politieke macht en de financiële middelen om een dergelijk groot project te kunnen voltooien.
Toenmalig directeur van de Port Authority, Austin J. Tobin wilde de Port Authority meer aanzien geven door grote en prestigieuze projecten te starten. Hij vond het bouwen van een World Trade Center dan ook een goed idee. Austin J. Tobin was een klein maar machtig man. Met zijn steun en die van Nelson en David Rockefeller was het World Trade Center dan ook voor leven vatbaar. De Port Authority mocht alleen projecten starten die een voordeel zouden opleveren voor de haven. Het World Trade Center voldeed aan dit criterium. In 1960 werd het project dan ook officieel aan de portfolio van de Port Authority toegevoegd.
De burgemeester van New York, Robert F. Wagner Jr. was echter tegen het plan. Eigendommen van de Port Authority waren namelijk vrijgesteld van belastingen. Door het grote oppervlak van het World Trade Center betekende dit dat New York veel belastingen mis zou gaan lopen. De burgemeester kon de Port Authority zelf, of het onteigenen door de Port Authority niet stoppen. De burgemeester had toch een machtsmiddel, de stad beheerde de wegen in Manhattan. Aangezien er een aantal wegen gesloopt moesten worden voor het World Trade Center kon de stad beslissen om hiervoor geen toestemming te geven. De burgemeester kon zo dus indirect voorkomen dat het World Trade Center gebouwd zou worden. De Port Authority beloofde aan de burgemeester dat het verlies in belastingen gecompenseerd zou gaan worden, in ruil beloofde de burgemeester dat de stad dan niet meer dwars zou gaan liggen.
Richard J. Hughes, de gouverneur van New Jersey vond het profijt voor New Jersey te gering en wilde het plan tegenhouden door een veto uit te spreken. Om de steun van de gouverneur te krijgen bood de Port Authority aan om de failliete Hudson and Manhattan Commuter Railroad (nu: Port Authority Trans-Hudson) verbinding onder de Hudson over te nemen en te renoveren. De Port Authority kreeg nu het idee om beide projecten te combineren door het World Trade Center te verplaatsen van de East River naar de Lower West Side, waar het station van de Port Authority Trans-Hudson gevestigd was. Dit zou goedkoper zijn en de bereikbaarheid van het World Trade Center werd beter. De gouverneur ging akkoord en zei: "At least we can see the damn thing" (Nederlands: "Dan kunnen we het stomme ding tenminste zien").
In het gebied waar het World Trade Center nu zou gaan komen kwamen grondeigenaren in protest. In het gebied waren veel elektronicazaken gevestigd, het gebied werd daarom ook wel Radio Row genoemd. De winkeleigenaren wilde niet dat dit unieke gebied verloren zou gaan. De rechters beslisten uiteindelijk in het voordeel van de Port Authority uit naam van het algemeen belang.




Plattegrond van het World Trade Center (met 7 World Trade Center)


Het oude plan van Skidmore, Owings & Merrill was nu niet meer bruikbaar. De Port Authority koos voor een andere architect, de Japans-Amerikaanse Minoru Yamasaki. Minoru Yamasaki stelde voor om drie of vier niet-identieke vierkante torens te bouwen. Later kwam Minoru Yamasaki met het idee om twee identieke vierkante torens te bouwen, ieder met tachtig verdiepingen. De Port Authority vond het een mooi ontwerp, maar de torens boden te weinig kantoorruimte. De Port Authority wilde minimaal 930.000 m² aan kantoorruimte hebben. De hoofdopzichter van het project, Guy F. Tozzoli stelde voor om de torens hoger te maken. Zo kwam er niet alleen meer kantoorruimte beschikbaar maar zouden de twee wolkenkrabbers ook de twee hoogste gebouwen ter wereld worden. Dit zou het World Trade Center bekend maken en het tot een groter financieel succes maken. Na het overwinnen van een paar technische problemen werd een nieuw plan gepresenteerd. De twee torens zouden uiteindelijk ieder 110 verdiepingen gaan tellen. Dit was echter nog niet genoeg. Er werden aan het complex nog twee gebouwen toegevoegd, de North en South Plaza Building (4 en 5 World Trade Center). Deze twee gebouwen zouden elk negen verdiepingen gaan tellen. Het World Trade Center was bedoeld voor bedrijven die wereldhandel dreven, daarom werd er aan het complex ook een gebouw voor de Amerikaanse douane toegevoegd. Het U.S. Customs House (6 World Trade Center) zou zeven verdiepingen krijgen. Voor de vele gasten werd er nog een 22 verdiepingen tellend hotel gepland, het Vista Hotel (3 World Trade Center). Ondergronds zou een parkeergarage en een groot winkelcentrum komen. Om het complex af te werken werd er nog een plein met beplanting aan toegevoegd. Dit plan werd al snel goedgekeurd. Het bedrijf Emery Roth & Sons werd aangenomen om Minoru Yamasaki te ondersteunen om het plan te kunnen realiseren.
Harry Helmsley, toenmalig eigenaar van het Empire State Building was tegen het World Trade Center. Volgens Harry was er veel leegstand in Midtown Manhattan en zou het World Trade Center de huurprijzen verder doen zakken. Niemand zou belang hebben bij deze ontwikkeling. De Port Authority trok zich niet veel aan van deze kritiek, volgens de Port Authority was zijn kritiek een verkapte manier om te voorkomen dat het World Trade Center de titel van het hoogste gebouw ter wereld zou afpakken van zijn Empire State Building.
Later werd aan Minoru Yamasaki gevraagd waarom hij niet één toren van 220 verdiepingen voorstelde. Hij antwoordde: "I did't want to lose the human scale" (Nederlands: "Het moet wel menselijk blijven").

Bouw
Op 21 maart 1966 werd er begonnen aan het vrijmaken van het 6,5 hectare grote oppervlak. 164 gebouwen en vijf wegen werden gesloopt, in totaal vormden zij dertien huizenblokken. Het terrein werd begrensd door Vesey Street, Church Street, Liberty Street en West Street. Het slopen verliep echter niet vlekkeloos. Het bouwterrein lag namelijk vol met onbekende kabels, leidingen, oude funderingen, tunneltjes, ondergrondse riviertjes en oude graven. Het kostte veel tijd om deze in kaart te brengen. De slopers moesten zorgvuldig te werk gaan om geen storingen in Lower Manhattan te veroorzaken. Sommige mensen vergeleken het slopen met de Amerikaanse burgeroorlog.




De 'badkuip' met een PATH-tunnel


Toen het terrein vrij was van bebouwing kon de volgende fase beginnen. Om de gebouwen van het World Trade Center te kunnen dragen moesten de funderingen op de harde rotslaag van New York gebouwd worden. Deze rotslaag bevond zich op een diepte van 20 meter. Om de funderingen aan te kunnen leggen moest het terrein afgegraven worden. Er was echter één probleem; het grondwater. Omdat het bouwterrein aan de rivier lag stond het grondwaterpeil er hoog. Men moest voorkomen dat de enorme bouwput onder water zou lopen. Normaal zou men continu het water wegpompen. Door het wegpompen van het water was men bang dat nabij gelegen gebouwen zouden verzakken. De hoofdingenieur van de Port Authority of New York and New Jersey, John M. Kyle vond de oplossing in Europa. Hij kwam zo op het idee om een soort 'badkuip' te maken, die het water buiten moest houden. Nu kon men gewoon de 'badkuip' leeg scheppen. Om de 'badkuip' te maken groef men eerst 20 meter diepe sleuven. Tijdens het graven liet men de sleuven vollopen met een mengsel van water en bentoniet, dat is een mengsel dat vloeibaar blijft. Dit mengsel had een grotere dichtheid dan aarde, zo werd voorkomen dat de sleuf zou dichtslibben tijdens het graven. Toen de sleuven gereed waren liet men er een geprefabriceerde stalen kooi in zakken, deze diende als wapening. Nu werden de sleuven gevuld met beton. Het beton was zwaarder dan het bentoniet, waardoor het bentoniet bovenin kon worden afgezogen. Door deze techniek werd een 'badkuip' gevormd.
Nu kon het uitgraven van de bouwput beginnen. In totaal moest er ongeveer 920.000 m³ aarde worden weggegraven. Om dit af te voeren zouden er ongeveer 100.000 vrachtwagenladingen nodig zijn. Het zou enorm veel tijd en geld kosten om al deze aarde naar een reguliere dumpplaats af te laten voeren. De directeur van de Port Authority of New York and New Jersey, Austin J. Tobin had dit al voorzien. Hij had met de gemeente van New York afgesproken dat de grond gedumpt werd in de rivier. Hierdoor werd een nieuw stuk land gecreëerd van zeven hectare groot, oftewel zes huizenblokken. Dit nieuwe stuk grond heet nu Battery Park City. Dit nieuwe stuk land zou de stad ongeveer voor 90 miljoen dollar aan belastingen opleveren. Deze extra belastingen compenseerden zo het verlies aan belastingen dat het World Trade Center veroorzaakte. Deze manier van dumpen maakte het bestaan van het World Trade Center mogelijk. Het uitgraven van de bouwput moest uiterst voorzichtig gebeuren. De Hudson and Manhattan Commuter Railroad (nu: PATH, Port Authority Trans-Hudson) verbinding liep door de bouwput. Veel forensen maakten dagelijks gebruik van deze verbinding. Tijdens de bouw mocht deze verbinding niet stil komen te liggen. Tijdens het afgraven moest de tunnel steeds gestut worden.
Het project zou veel staal nodig hebben. De Port Authority had dit al voorzien en was al ruim voor het begin van de bouw bezig met het regelen van het benodigde staal. Tijdens dit proces bevonden de gebouwen zich nog in de ontwerpfase, maar men dacht ongeveer 90.720 ton aan staal nodig te hebben. De Port Authority was onderhandelingen gestart met U.S. Steel en Bethlehem Steel, de twee grootste staalleveranciers van de Verenigde Staten. Echter, aan het einde van de onderhandelingen verhoogden ze de prijzen met de helft. De Port Authority besloot daarom niet met de twee bedrijven in zee te gaan. Vijftien kleinere bedrijven kregen nu de opdracht om het staal te leveren. De vijftien bedrijven brachten samen 85,4 miljoen dollar in rekening, de twee grote leveranciers zouden meer dan 240 miljoen dollar gerekend hebben. Deze regeling had echter ook een nadeel. De Port Authority moest nu blijvend communiceren met vijftien bedrijven in plaats van twee bedrijven. De Port Authority loste dit probleem op door Karl Koch Erecting Company, een onderaannemer in te huren die deze communicatie op zich nam. Later mocht dit bedrijf ook het staal ontvangen, controleren en installeren.
Nu duidelijk was dat het benodigde staal geleverd zou gaan worden deden nieuwe problemen zich voor. Door gebrek aan ruimte op het bouwterrein konden de bouwmaterialen daar niet opgeslagen worden. De Port Authority loste dit probleem op door gebruik te maken van een verlaten spoorwegwerf. Dit terrein lag aan de overkant van de Hudson in Greenville, New Jersey. Dit terrein was ongeveer 30,5 hectare groot. Op dit terrein werden de materialen verzameld en werden kleine onderdelen geassembleerd tot grotere onderdelen. De meeste onderdelen werden buiten de spits per vrachtwagen vervoerd via de Holland Tunnel, grotere onderdelen werden via duwboten vervoerd. Soms werden ook helikopters gebruikt om onderdelen te vervoeren. Het was belangrijk dat de onderdelen op tijd op het bouwterrein aan kwamen. Vertragingen kosten immers geld. Door het plaatsgebrek op het bouwterrein zelf mochten deze onderdelen ook weer niet te vroeg geleverd worden. De meeste onderdelen werden slechts enkele uren voor gebruik geleverd, deze methode noemde men de 'just-in-time method' (Nederlands: 'Net op tijd-methode').
De gebouwen bestonden uit duizenden stalen balken. De meeste stalen balken leken op elkaar, maar hadden toch marginale verschillen. Om deze balken uit elkaar te houden was elke balk gemerkt. Deze markeringen maakten de 'just-in-time method' mogelijk.
In 1968, bijna 2,5 jaar na de start van de bouw begon men met het werk aan de fundering zelf. Men stortte eerst een laag beton, waarop enorme stalen piramidevormige voeten geplaatst werden. Deze voeten waren 4,5 meter lang, 3,5 meter breed en 2 meter hoog en wogen ieder 15,4 ton. Ieder van deze voeten zou later een pilaar dragen. De voeten moesten het gewicht over een zo groot mogelijk oppervlak verdelen.




World Trade Center in aanbouw


Op woensdag 6 augustus 1968 plaatste men de eerste pilaar van de North Tower. In de bouwwereld geldt de overgang van het werk aan de fundering naar de constructie als de datum waarop de bouw van het gebouw begint.
De bouw verliep echter niet zonder problemen. De bouwvakkers waren vakbondsleden. Hun vakbonden waren constant bezig met het behartigen van de belangen van de bouwvakkers. Gedurende de bouw waren er constant spanningen tussen de Port Authority of New York and New Jersey en de vakbonden, wat vaak resulteerde in stakingen.
De eerste grote staking was die van de duwbootbestuurders. Door deze staking konden veel onderdelen niet vervoerd worden. Om de bouw niet te laten vertragen vervoerde men deze onderdelen met helikopterss. De Port Authority probeerde ook de vloerdelen met helikopters te vervoeren. Het eerste vloerpaneel wat zo vervoerd werd ving zo veel wind dat de piloot het moest laten vallen in de Hudson. Dit paneel ligt tot vandaag de dag nog steeds in de rivier en is na 11 september waarschijnlijk het enige paneel dat nog bestaat. Veel getuigen waren boos over deze gevaarlijke gang van zaken. De Port Authority trok zich hier echter niets van aan en deed nog een paar onsuccesvolle pogingen. Later vervoerde de Port Authority de vloerpanelen per vrachtwagen.
Er zouden nog veel stakingen volgen zoals de staking van de teamsters en die van de plaatstaalwerkers.
Een andere grote staking was dat van de liftmedewerkers. Deze staking duurde vier maanden. De medewerkers zorgden voor de liftsystemen die arbeiders, gereedschap en voedsel moesten vervoeren. De torens hadden al 27 verdiepingen. De Port Authority moest met oplossingen komen om met dit probleem om te gaan.
Op 23 december 1970 werd het hoogste punt bereikt van de North Tower. Rond deze tijd trokken er al huurders in de lagere verdiepingen van het gebouw. Aan de hogere verdiepingen van de North Tower werd nog steeds gewerkt. Op 19 juli 1971 werd het hoogste punt bereikt van de South Tower, de eerste huurders trokken in januari 1972 in het gebouw. Dat jaar was ook het werk aan de North Tower voltooid. Het World Trade Center werd officieel geopend op 4 april 1973, nadat ook de South Tower gereed was.

Twin Towers




Twin Towers


Beide World Trade Center-torens telden 110 verdiepingen. De North Tower had een hoogte van 417 meter, de South Tower had een hoogte van 415 meter. Toen de North Tower gereed was in 1972, was dit gebouw officieel het hoogste gebouw ter wereld. De North Tower pakte de titel van het Empire State Building, dat 40 jaar lang het hoogste gebouw ter wereld was. In 1973 werd de South Tower het op een na hoogste gebouw ter wereld. De World Trade Center-torens konden de titel echter maar voor even vasthouden. In 1973 ging de 442 meter hoge Sears Tower in Chicago er met de titel vandoor. De Twin Towers bleven echter wel de twee hoogste gebouwen van New York. Door de vernietiging van het World Trade Center op 11 september 2001 werd na bijna 30 jaar het Empire State Building opnieuw het hoogste gebouw van New York.
Het verschil in hoogte tussen de North en South Tower kwam doordat de 43e en 67e verdieping van de North Tower hoger waren dan de overige verdiepingen. Op de 43e verdieping van de North Tower bevond zich een kantine voor de Port Authority of New York and New Jersey-medewerkers. De South Tower had deze faciliteiten niet nodig, daarom was de hoogte van deze wolkenkrabber iets minder.
Van de 110 verdiepingen waren er acht gereserveerd voor elektrische en mechanische systemen. Deze acht verdiepingen waren gelijkmatig over het gebouw verdeeld in groepjes van twee verdiepingen. Deze verdiepingen waren niet toegankelijk voor het publiek. De overige verdiepingen waren wel toegankelijk voor het publiek.
Beide torens hadden een oppervlak van 63,4 bij 63,4 meter en boden ieder ongeveer 350.000 m² aan kantoorruimte en winkels.

Constructie




Vloerplan en het liftsysteem van de Twin Towers


Voor het ongetrainde oog zagen de North en de South Tower er hetzelfde uit als elk ander gebouw. Mensen met een interesse voor de bouw zagen dat de Twin Towers anders waren. Vóór het World Trade Center werden gebouwen gebouwd als het maken van een toren met een blokkendoos. Elke vloer werd gedragen door een groot aantal pilaren. Deze pilaren waren meestal gelijk over het vloeroppervlak verdeeld. De buitenmuren droegen geen enkel gewicht, zij waren slechts bedoeld om het interieur af te sluiten. Deze buitenmuren werden ook wel 'gordijnen' ('curtain walls') genoemd. Civiel ingenieur Leslie E. Robertson maakte de Twin Towers radicaal anders. Het gewicht werd gedragen door de buitenmuur en een aantal stalen pilaren gegroepeerd in het midden van het gebouw, de kern. Zo ontstond rond de kern een grote open ruimte, zonder pilaren. De vloeren konden zo door de huurder flexibel worden ingedeeld. Door het gebrek aan hoogwaardig en sterk staal was deze constructie voorheen niet mogelijk.
De buitenmuur droeg niet alleen het gewicht, de muur weerstond ook de windkrachten. Door de sterke buitenmuren konden de torens zelfs een windsnelheid verdragen van 240 km/u. De buitenmuur was zelfs sterk genoeg om vol te worden geraakt door een groot vliegtuig. De omstandigheden op 11 september waren veel extremer dan voorzien. De vliegtuigen in de tijd dat de gebouwen ontworpen werden waren namelijk veel kleiner en lichter dan tegenwoordig. Een vliegtuig zou dan op een relatief lage snelheid tegen een toren vliegen. De Twin Towers bleven toch nog ongeveer een uur staan, zo konden veel mensen ontsnappen.

Liftsysteem
Door de enorme grootte van de Twin Towers zouden er veel liften nodig zijn om de tienduizenden mensen te vervoeren. Dit zou veel te veel ruimte kosten. Men moest iets verzinnen om het aantal liften te verminderen en er toch voor zorgen dat de mensen snel en efficiënt vervoerd konden worden. Architect Herb Tessler vond de oplossing door gebruik te maken van een methode als bij de metro. Mensen die van de metro gebruik maakten moesten bijna altijd overstappen om op de gewenste bestemming te komen. Herb dacht dat dit principe ook kon werken voor de Twin Towers. Hij stelde voor om iedere toren op te delen in drie even grote aaneengesloten zones. Een zone was te vergelijken met een apart gebouw, zo had elke zone een eigen lobby waar de mensen in de lift konden stappen. Deze liften beperkten zich alleen tot de eigen zone en werden daarom ook wel lokale liften genoemd. Zo had elk gebouw twee lobbies die zich op de 44e en 78e verdieping bevonden. Een dergelijke lobby werd ook wel een sky lobby genoemd. Om de mensen van de benedenverdieping naar de gewenste zone te brengen nam men een snellift. Deze lift stopte alleen op de lobby's. Wanneer men bijvoorbeeld naar 50e verdieping wilde stapte men eerst in een snellift die naar de sky lobby van de 2e zone ging. Van hieruit nam men dan een lokale lift naar de 50e verdieping. Elk gebouw had ook negen goederenliften. Deze goederenliften liepen wel door het hele gebouw. De bezoekers van Top of the World en Windows on the World hadden ook een paar liften ter beschikking die ook door het gehele gebouw liepen.
Zonder dit revolutionaire systeem zouden de Twin Towers nooit gebouwd zijn. Een regulier liftsysteem zou te veel ruimte hebben gekost. De gebouwen zouden dan economisch niet haalbaar zijn. Dit systeem werd later ook gebruikt in andere gebouwen.

Radio en televisie
Op de 110e verdieping van de North Tower bevond zich radio en televisie zendapparatuur. Op het dak van de North Tower bevonden zich veel soorten antennes, inclusief een 110 meter hoge hoofdantenne. Deze antenne is in 1999 nog aangepast om digitale televisie signalen te kunnen verwerken. De antenne zorgde voor de transmissie van bijna alle televisiestations van New York (WCBS-TV, WNBC-TV, WNYW-TV, WABC-TV, WWOR-TV, WPIX-TV, WNET-TV, WPXN-TV, en WNJU-TV) en vier FM radiostations (WPAT-FM, WNYC-FM, WKCR, en WKTU). De South Tower was ontworpen om ook een antenne te kunnen dragen, maar heeft deze nooit hoeven dragen. Op de South Tower bevond zich echter wel een observatiedek genaamd Top of the World.
Op 11 september was duidelijk te zien dat veel televisiebeelden stoorden door het beschadigen van de zendapparatuur door het branden van de North Tower. Na het instorten van het gebouw waren de meeste zenders dan ook uit de lucht. De meeste radio– en televisiestations maken nu gebruik van de antenne op het Empire State Building.

Top of the World







Top of the World










Uitzicht vanuit het World Trade Center, Top of the World










Toeristen op Top of the World





Op de 107e verdieping van de South Tower bevond zich een openbare observatieruimte genaamd Top of the World (Nederlands: Dak van de Wereld). Top of the World bood een adembenemend uitzicht op New York en New Jersey. Bij goed weer mochten de bezoekers zelfs genieten van het uitzicht op het dak van de South Tower. Men bevond zich dan op een hoogte van 420 meter. Op een onbewolkte dag kon men tot 72 km in de verte kijken in elke richting.
Om zelfmoorden te voorkomen waren er grote hekken op het dak geplaatst. Gelukkig stond men niet direct op het dak, maar op een teruggeplaatst, verhoogd platform zodat men toch over het hek kon kijken.
Top of the World bood niet alleen een mooi uitzicht, er was ook een gedetailleerde maquette te bewonderen van Manhattan. In deze maquette waren maar liefst 750 gebouwen te vinden. Ook kon men genieten van een virtuele helikoptervlucht over New York. De bezoekers hadden ook de mogelijkheid om wat te eten en souvenirs te kopen.
Voordat de bezoekers werden toegelaten tot Top of the World moesten ze eerst een strenge veiligheidscontrole ondergaan. Deze controle werd na de terreuraanslag van 26 februari 1993 ingevoerd.
Sinds de opening van Top of the World in december 1975 was het door ruim 30 miljoen mensen bezocht.

Windows on the World
In de North Tower bevond zich op de 106e en 107e verdieping een wereldberoemd restaurant genaamd Windows on the World. Windows on the World werd in 1976 geopend en was sindsdien een groot succes. In 2000 werd er maar liefst 37,5 miljoen dollar verdiend, hiermee was Windows on the World toen het succesvolste restaurant in de Verenigde Staten.
Op 11 september 2001 werd er naast het gebruikelijke ontbijt een congres georganiseerd voor Risk Waters Group, het Waters Financial Technology Congress. 73 restaurantmedewerkers, 16 Risk Waters Group-medewerkers en 71 congresbezoekers zijn die dag omgekomen.
Op 4 januari 2006 openden de resterende medewerkers een nieuw restaurant, genaamd Colors. Zij willen zo hun overleden collega's eren. De naam en het menu zijn geïnspireerd door de etnische en culturele diversiteit van de vroegere personeelsleden.

Ingenieurs en aannemers


Architecten
Minoru Yamasaki met Antonio Brittiochi, Emery Roth & Sons


Bouwkundig ingenieurs
Worthington, Skilling, Helle & Jackson (hernoemd naar Skilling, Helle, Christiansen & Robertson), New York


Elektrotechnisch ingenieurs
Joseph R. Loring & Associates, New York


Funderingingenieurs
Port Authority of New York and New Jersey, Engineering Dept.


Hoofdaannemer
Tishman Realty & Construction Company, New York


Hoofdingenieur
Rino M. Monti


Opzichter
Guy F. Tozzoli


Werktuigbouwkundig ingenieurs
Jaros, Baum & Bolles, New York



Projectcultuur
Het World Trade Center had een uiterst turbulent leven. Na wat moeilijke beginjaren en veel kritiek ging het dan eindelijk wat beter en kreeg het het succes wat het verdiende. Het succes had ook een keerzijde, het World Trade Center zou 30 jaar later op een verschrikkelijke manier aan zijn einde komen.

Kritiek
Het World Trade Center kreeg gedurende zijn leven veel kritiek te verwerken. Velen hadden kritiek op het enorme oppervlak van het complex. Zo werden de oorspronkelijke dertien huizenblokken samengevoegd tot één groot superblok. Volgens critici leverde dit een onleefbare situatie op doordat het rechtlijnige verkeer in Manhattan zo werd geblokkeerd. In zijn boek The Pentagon of Power beschreef de technische historicus Lewis Mumford dat het World Trade Center een goed voorbeeld was van doelloze grootheidswaanzin en technologische opschepperij die de leefbaarheid van de stad bedreigde. Ook was het immense Austin J. Tobin Plaza (vernoemd naar een voormalige directeur van de Port Authority of New York and New Jersey) in het begin niet populair onder de New Yorkers door zijn strakke uiterlijk.
Velen, veelal architecten en kunstenaars, hadden ook kritiek op de Twin Towers zelf. Ze vonden de twee wolkenkrabbers te groot en te saai. Er werd vaak gezegd dat de twee wolkenkrabbers de dozen waren waaruit het Empire State Building en het Chrysler Building waren gekomen.

Waaghalzen en media-aandacht
Veel mensen hielden juist van de enorme grootte en hoogte van het complex, sommige mensen maakten er zelfs gebruik van. Zo liep de Fransman Philippe Petit op 7 augustus 1974 tussen de twee torens op een dun koord, sprong de bouwvakker Owen J. Quinn op 22 juli 1975 van de North Tower met een basejump, en beklom een speelgoedmaker uit Brooklyn genaamd George Willig op 26 mei 1977 de South Tower. Owen had een paar jaar eerder zelf aan het World Trade Center meegebouwd. Waaghalzen zoals deze gaven het World Trade Center een menselijk gezicht.
Het World Trade Center, en met name de Twin Towers waren vaak op televisie en in films te zien. Hierdoor kreeg het World Trade Center veel bewonderaars, vaak waren dit mensen van buiten de stad. Het World Trade Center werd zo een icoon voor de stad New York, en werd door vele toeristen bezocht.

Geen huurders
De beginjaren van het World Trade Center zelf verliepen alles behalve vlekkeloos. Hoewel het World Trade Center bedoeld was om bedrijven aan te trekken die wereldhandel dreven, bleek het toch moeilijk te zijn om deze daadwerkelijk te contracteren. Tot de begin jaren tachtig was de meeste kantoorruimte verhuurd aan overheidsinstanties. Later, toen de economische situatie in de stad verbeterde werden er particuliere bedrijven gecontracteerd, dit waren meestal bedrijven die verbonden waren met Wall Street.

13 februari 1975
Op 13 februari 1975 ontstond er brand in de North Tower. Deze grote brand woedde op de elfde verdieping waar de B.F. Goodrich Company gevestigd was. De brand woedde ruim drie uur en bereikte een temperatuur ruim boven de 700° C. Deze brand richtte veel schade aan het interieur maar niet aan de constructie zelf. De negende en veertiende verdieping ondervonden ook lichte schade. In totaal vielen er zestien gewonden.
Brandweerinspecteur John T. O'Hagan liet later weten dat hij zich zou gaan inspannen om sprinklers te laten installeren. John had succes, er werden sprinklers geïnstalleerd om een dergelijk grote brand in de toekomst te voorkomen.
Het World Trade Center zou nog vaker geteisterd worden door brand. Deze brandjes richtten echter niet veel schade aan.

Bomaanslag




Schade aangericht door de bomaanslag


Op 26 februari 1993 om 12:17 werd een bestelwagen tot ontploffing gebracht door Ramzi Yousef in de ondergrondse parkeergarage tegen de fundering van de North Tower. De bestelwagen bevatte 682 kg (1.500 pond) aan explosieven. De bedoeling van de terroristen was om het hele World Trade Center te vernietigen door de North Tower te destabiliseren en deze te laten vallen op de South Tower om zo tienduizenden mensen te doden. Gelukkig richtte de ontploffing minder schade aan, de ontploffing veroorzaakte 'slechts' een 30 meter groot gat, verspreid over vier verdiepingen. Toch kwamen er zes mensen om het leven en raakten meer dan duizend mensen gewond. Deze terreuraanslag was op dat moment de grootste terreuraanslag op Amerikaanse bodem, om later overtroffen te worden door de aanslagen van 11 september 2001 op hetzelfde World Trade Center.
De evacuatie na de aanslag verliep alles behalve vlekkeloos. De mensen moesten hun weg via één van de drie onverlichte, met rook gevulde trappenhuizen vinden. Sommige mensen deden er meer dan twee uur over om uit het gebouw te komen. De slechte veiligheid zou te wijten zijn aan het feit dat het World Trade Center vrijgesteld was van de bouwvoorschriften die de staat New York aan de gebouwen oplegt. De reden hiervoor is dat zowel de staat New York als New Jersey eigenaar zijn van de Port Authority of New York and New Jersey, en ze dus beide eigenaar zijn van het World Trade Center. Later is de veiligheidssituatie verbeterd. Men denkt dat deze terreuraanslag vele levens heeft gered bij de aanslag op hetzelfde World Trade Center op 11 september in 2001.
In 1997 en 1998 werden zes Islamitische extremisten veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen voor deze aanslag. De rechter achtte bewezen dat de zes terroristen beide torens wilden laten instorten.
Om de slachtoffers van de aanslag te herdenken werd een gedenkteken met daarop de namen van de zes omgekomen slachtoffers geplaatst. Na de aanslagen van 11 september is slechts een deel van het gedenkteken teruggevonden.

Lease
In 1998 werd het plan goedgekeurd om het World Trade Center te gaan privatiseren. Zo konden andere projecten van de Port Authority of New York and New Jersey gefinancierd worden. Bijkomend voordeel was dat de stad nu belastingen kon gaan innen op het World Trade Center.
In 2001 werd er gezocht naar gegadigden. Een bod kwam van Vornado Realty Trust, een samenwerkingsverband tussen Brookfield Properties en Boston Properties en er kwam een gezamenlijk bod van Silverstein Properties en The Westfield Group. Op 15 februari 2001 kondigde de Port Authority aan dat Vornado Realty Trust het winnende bod had gedaan en kreeg de lease van 99 jaar voor $3,25 miljard dollar. Maar Vornado Realty Trust trok zich terug. Op 24 juli kreeg Silverstein Properties de lease.

11 september 2001




Twin Towers staan in brand






Sphere die stond op de binnenplaats van het WTC, na het instorten werd deze terug gevonden en in Battery Park geplaatst als monument




Zie Terroristische aanslagen op 11 september 2001 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


Op 11 september 2001 om 8:46 vloog American Airlines vlucht 11 in de North Tower van het World Trade Center, er brak een grote brand uit verspreid over tientallen verdiepingen. Aanvankelijk werd gedacht dat dit een ongeluk was, even later werd echter bekend dat het toestel gekaapt was. Het vliegtuig was gekaapt door Al Qaida terroristen, waaronder Mohammed Atta.
Om 9:03 vloog United Airlines vlucht 175 in de South Tower van het World Trade Center, ook hier brak een grote brand uit. Nu was er geen enkele twijfel meer mogelijk, dit was een gecoördineerde terreuraanslag.
Om 9:59 stortte plotseling de South Tower compleet in, gevolgd door de North Tower om 10:28. Later die dag stortte 7 World Trade Center ook in, dit gebouw had veel schade opgelopen door het instorten van de North en South Tower.
In de eerste dagen na 11 september werden tienduizenden doden verwacht, gelukkig bleken er 'slechts' 2.749 doden te zijn. 13 mensen stierven alsnog na 11 september door verwondingen die ze die dag opgelopen hadden.
Van de 2.749 doden bleken 2.117 (77%) man en 632 (23%) vrouw te zijn. 1.588 (58%) zijn geïdentificeerd door gevonden stoffelijke resten. De gemiddelde leeftijd onder de dode mannen bedroeg 39 (van 3 tot 85 jaar), bij de vrouwen bedroeg de gemiddelde leeftijd 38 jaar (van 2 tot 81).

WTC's in andere landen


Zie World Trade Centers Association voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


In vele landen zijn kantorencomplexen te vinden die aangeduid worden als World Trade Center. In Nederland zijn deze onder meer te vinden in Amsterdam op de Zuidas, Schiphol, Rotterdam,Beurs World Trade Center Rotterdam aan de Coolsingel, Eindhoven, Arnhem, Almere en in Leeuwarden. In België is er een WTC-complex te vinden langs de Koning Albert II-laan te Brussel.
De WTC's zijn aangesloten bij de World Trade Centers Association (WTCA).

Freedom Tower


Zie Freedom Tower voor het hoofdartikel over dit onderwerp.


Nu de Twin Towers zijn ingestort, komt er een nieuwe toren te staan, genaamd de Freedom Tower.

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod